Postgraduaat

Didactiek Nederlands aan Anderstaligen (DNaA)
Academiejaar 2012-2013


   De aanmeldingen en inschrijvingen voor het academiejaar 2012-2013 starten op 1 mei 2012.   
   Het aantal studenten is beperkt tot 20.   
 


Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen
in samenwerking met het Centrum Nascholing Onderwijs



INHOUD

1  Doelgroep
2  Structuur en studielast
3  Startcompetenties
4  Eindcompetenties
5  Vakbeschrijvingen
6  Getuigschrift
7  Praktische informatie
8  Lesgevers
9  Veel gestelde vragen
10  Bijkomende informatie gewenst?



1 Doelgroep

Het postgraduaat Didactiek Nederlands aan Anderstaligen (DNaA) richt zich tot wie een (bijkomende) competentie wil halen voor het onderwijs Nederlands aan anderstaligen.



2 Structuur en studielast

Het postgraduaat DNaA is een opleiding van 21 studiepunten (stp.). Als indicatie voor de studielast geldt de regel dat er 25 tot 30 klokuren per studiepunt voorzien dienen te worden. Hierin zijn zowel de contacturen begrepen als alle bijkomende taken, observatieopdrachten, lesvoorbereidingen en de voorbereiding van het examen.

De kern van het postgraduaat wordt gevormd door drie didactische opleidingsonderdelen:
(1)  Didactiek Nederlands aan Anderstaligen (6 stp.) (zie 5.1);
(2)  Didactiek Nederlands aan Anderstaligen Verdieping (3 stp.) (zie 5.2);
(3)  Stage Didactiek Nederlands aan Anderstaligen (6 stp.) (zie 5.3).

Bovendien zijn er 6 studiepunten voorzien voor Aanvullende vakstudie Nederlands (zie 5.4). Dat opleidingsonderdeel wordt meestal gelijktijdig met de drie didactische opleidingsonderdelen gevolgd. Met voorafgaande toestemming van de academisch verantwoordelijke van het postgraduaat kunnen deze 6 studiepunten ook voordien behaald worden. Afhankelijk van elders verworven competenties/kwalificaties kun je (gedeeltelijk) vrijgesteld worden van deze Aanvullende vakstudie Nederlands.

Je kunt de opleiding over meerdere jaren spreiden; verworven credits blijven 5 jaar geldig.

Het postgraduaat volgt het Onderwijs- en examenreglement dat van toepassing is op alle opleidingen aangeboden aan de Universiteit Antwerpen.



3 Startcompetenties

In onderstaand schema zijn de toelatingsvoorwaarden voor het postgraduaat DNaA samengevat.

Verder wordt als startcompetentie van alle studenten een adequate taalvaardigheid in het Algemeen Nederlands verwacht, zowel mondeling als schriftelijk. Bij de evaluatie van alle opleidingsonderdelen is taalvaardigheid één van de evaluatiecriteria. Wie ernstige lacunes vertoont op dit vlak moet een remediëringsprogramma volgen.

Daarnaast dien je ook een basiskennis over taalgebruik en taalsystematiek te bezitten.

Voldoende flexibiliteit, culturele openheid en de bereidheid de eigen achtergronden in vraag te stellen, vormen eveneens belangrijke voorwaarden om met de doelgroepen van het onderwijs Nederlands aan anderstaligen te kunnen werken.

TOELATINGSVOORWAARDEN
Postgraduaat Didactiek Nederlands aan Anderstaligen



1. Heb je een einddiploma hoger onderwijs?
 
nee Je wordt niet toegelaten.

ja
2. Heb je een einddiploma:
  • master (licentiaat) Taal- en Letterkunde?
  • master (licentiaat) Toegepaste taalkunde (vertaler/tolk) met een Nederlandstalig diploma?
  • bachelor in het onderwijs: secundair onderwijs (regent) met een taal als vak?
ja Je kunt toegelaten worden en bent volledig vrijgesteld van de Aanvullende vakstudie Nederlands.
Vul het aanmeldingsformulier in en voeg je cv toe (zie 7.3).

nee
3. Heb je aantoonbaar onderwijservaring NT2 van enige omvang? ja Je toelating wordt beoordeeld op basis van je cv.
Vul het aanmeldingsformulier in en voeg je cv toe (zie 7.3).

nee
4. Heb je aantoonbaar andere taalonderwijservaring dan NT2 (Nederlands, vreemde taal) en/of sterk taalgerichte vakken in je opleiding? ja Je toelating wordt beoordeeld op basis van je cv.
Vul het aanmeldingsformulier in en voeg je cv toe (zie 7.3).

nee
Je wordt niet toegelaten.



4 Eindcompetenties

De overkoepelende eindcompetentie die het postgraduaat nastreeft, is dat de deelnemers op een effectieve, efficiënte, creatieve en stimulerende manier Nederlands aan anderstaligen kunnen onderwijzen, hetzij in Onthaalklassen voor Anderstalige Nieuwkomers (OKAN - secundair onderwijs), hetzij in specifieke trajecten Nederlands als Tweede Taal (NT2) van het volwassenenonderwijs. Voor deze twee circuits wordt een ander begrippenkader gehanteerd als het op doelen aankomt, maar er wordt naar gelijkaardige eindcompetenties gestreefd. Omwille van de herkenbaarheid wordt hieronder zowel verwezen naar de decretaal vastgelegde basiscompetenties van de leraar secundair onderwijs (4.1) als naar de NT2-docentcompetenties van het volwassenenonderwijs (4.2).


4.1 Basiscompetenties

De doelstellingen van het postgraduaat sluiten aan bij het decretaal vastgelegde beroepsprofiel van de leraar secundair onderwijs en de hierbij aansluitende basiscompetenties. De basiscompetenties omschrijven de kennis, vaardigheden en attitudes, waarover men moet beschikken om op een volwaardige manier als beginnend leraar te kunnen functioneren. De basiscompetenties zijn geordend in tien ‘functionele gehelen’ of rollen die een leraar vervult.

In het postgraduaat wordt aan de volgende rollen aandacht besteed:
- de leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen;
- de leraar als opvoeder;
- de leraar als inhoudelijk expert;
- de leraar als organisator;
- de leraar als innovator - de leraar als onderzoeker;
- de leraar als cultuurparticipant.

BRON: http://www.ond.vlaanderen.be/curriculum/hoger-onderwijs/documenten/Basiscompetenties_2007.pdf


4.2 NT2-docentcompetenties

De Nederlands-Vlaamse Beroepsvereniging van docenten Nederlands als Tweede Taal heeft een competentieprofiel voor de NT2-docent uitgewerkt. In het postgraduaat worden de volgende vakinhoudelijke competenties en algemene NT2-docentcompetenties nagestreefd:

Vakinhoudelijke competenties
Taalgebruiker
     de NT2-docent is in staat zijn/haar taalgebruik aan te passen aan de behoeften van leerders op verschillend niveau;
Taalbeschouwer
    de NT2-docent demonstreert dat hij/zij op de hoogte is van regels van taalgebruik en taalstructuur en deze op adequate wijze weet te hanteren;
Vaststeller van de beginsituatie
    de NT2-docent stelt zich op de hoogte van de beginsituatie van de leerders in zijn/haar groep en is in staat zijn/haar onderwijsplanning hierop af te stemmen;
Begeleider van het leerproces
    de NT2-docent heeft voldoende kennis en vaardigheid op het gebied van vakinhoud en didactiek om een krachtige leeromgeving tot stand te brengen;
Evaluator
    de NT2-docent erkent het belang van evaluatie in het onderwijsleerproces, is in staat op verantwoorde wijze gegevens te verzamelen over het leergedrag en de talige ontwikkeling van leerders, deze op juiste wijze te interpreteren en op basis daarvan besluiten te nemen.

Algemene NT2-docentcompetenties
Pedagogische competentie
    de NT2-docent geeft op een bezielende manier leiding, schept een vriendelijke coöperatieve sfeer en zorgt voor een open communicatieve leeromgeving. Hij schept een veilig klasklimaat en bevordert de emancipatie van de leerders;
Organisatorische competentie
    de NT2-docent zorgt voor een overzichtelijke, ordelijke, taakgerichte en stimulerende sfeer en is systematisch in het bijhouden en ordenen van gegevens.

BRON: Beroepsvereniging van docenten Nederlands als Tweede Taal (red. Anne-Mieke Janssen-van Dieten): Competentieprofiel NT2-docent. Versie september 2004.



5 Vakbeschrijvingen

5.1 Didactiek Nederlands aan Anderstaligen

Inhoud
In dit opleidingsonderdeel komen de basiscomponenten van het onderwijs Nederlands aan anderstaligen aan bod:

  • historiek van het tweedetaalonderwijs;
  • didactiek van de vier vaardigheden (luisteren, spreken, lezen, schrijven), vooral op inhoudelijk, maar ook op technisch vlak;
  • woordenschatverwerving en woordenschatonderwijs;
  • grammaticaonderwijs;
  • omgaan met doelen en leerplannen;
  • instructies geven;
  • differentiëren;
  • taakgericht taalonderwijs;
  • toetsing.

    Hierbij is het omgaan met de heterogeniteit van de doelgroepen een belangrijk aandachtspunt, bv. cultuurverschillen, graad van alfabetisering, ...

    Werkvormen
    - werkcolleges waarbij een actieve inbreng van de studenten vereist is;
    - oefeningensessies;
    - opdrachten.

    Examenvorm
    - permanente evaluatie, wat aanwezigheid in de colleges vereist;
    - twee openleerpakketten verwerken;
    - een logboek bijhouden met reflecties over en opdrachten naar aanleiding van de colleges en over ter beschikking gestelde achtergrondliteratuur;
    - een schriftelijk examen over de regels van de Nederlandse grammatica.

    Noodzakelijk studiemateriaal
    - syllabi uitgedeeld tijdens de werkcolleges;
    - openleerpakketten;
    - een leespakket;
    - een didactische grammatica van het Nederlands.


    5.2 Didactiek Nederlands aan Anderstaligen Verdieping

    Inhoud
    Dit opleidingsonderdeel streeft verbreding en verdieping na aan de hand van enkele specifieke thema's:
  • woordenschatonderwijs (verdieping);
  • grammaticaonderwijs (verdieping);
  • spreekvaardigheid (technisch);
  • omgaan met cultuurverschillen;
  • kennismaking met leermiddelen, websites, tijdschriften en bronnen voor lesmateriaal (o.m. didactische uitstap naar het Provinciaal Documentatiecentrum Atlas en het Huis van het Nederlands Antwerpen);
  • behoeftegericht werken;
  • alfabetisering.

    Werkvormen
    - werkcolleges waarbij een actieve inbreng van de studenten vereist is;
    - oefeningensessies;
    - opdrachten.

    Examenvorm
    - permanente evaluatie, wat aanwezigheid in de colleges vereist;
    - verwerkingsopdrachten bij de werkcolleges en bij de didactische uitstap.

    Noodzakelijk studiemateriaal
    - documenten uitgedeeld tijdens de werkcolleges.


    5.3 Stage Didactiek Nederlands aan Anderstaligen

    Inhoud
    Naast de praktijkopdrachten die deel uitmaken van de vakdidactische opleidingsonderdelen is er ook de eigenlijke stage die in één of meer van de onderwijscircuits Nederlands aan anderstaligen wordt uitgevoerd. Tijdens een observatiestage bij NT2-aanbieders toets je de geleerde didactische principes aan de praktijk van het onderwijs Nederlands aan anderstaligen. Je observeert in twee van de volgende contexten: centrum voor volwassenenonderwijs, centrum voor basiseducatie, Nederlands voor werk en opleiding, onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers of universitair talencentrum. De doestage wordt uitgevoerd in een van de contexten waar je geobserveerd hebt.
    De totale stage omvat 150 uren studielast: lessen observeren, lessen voorbereiden, materiaal ontwikkelen, lessen geven, kritisch reflecteren, met de mentor overleggen e.d.

    Onderwijsvorm
    Voor dit opleidingsonderdeel vinden geen werkcolleges plaats. Je organiseert zelf een stage in een van de stagescholen. Wie een eigen onderwijspraktijk Nederlands aan anderstaligen heeft, kan zijn stage doen bij de eigen leerlingen/cursisten. Van tevoren wordt dan wel afgesproken welke lessen van de lesopdracht daarvoor in aanmerking komen. In uitzonderlijke gevallen (bv. wanneer de school in kwestie erg ver van Antwerpen ligt) worden er toch bijkomende stage-uren gevraagd in een dichterbij gelegen school.

    Examenvorm
    Bij dit opleidingsonderdeel hoort een stagemap. Uit de observatieverslagen moet blijken dat je belangrijke facetten voor het opbouwen van een effectief lesverloop hebt geobserveerd. Het dossier dat je naar aanleiding van de doestage opstelt, bevat grondig uitgewerkte lesvoorbereidingen, en didactische en cursistmaterialen. In een kritische zelfreflectie moet je een sterkte-zwakteanalyse maken van je eigen onderwijsstijl. De stagemap bevat eveneens de observatieverslagen vanwege de begeleidende praktijkassistent en de stagementor.


    5.4 Aanvullende vakstudie Nederlands

    Wie het postgraduaat DNaA volgt, moet een minimum aan vakmatige kennis van het Nederlands verwerven. Daartoe dien je voor 6 studiepunten taalkundige opleidingsonderdelen Nederlands te volgen. Je kunt geheel of gedeeltelijk vrijgesteld worden op basis van eerder verworven competenties (EVC) en/of eerder verworven kwalificaties (EVK). Wie een van de volgende einddiploma's heeft, wordt volledig vrijgesteld: Taal- en Letterkunde; Toegepaste taalkunde met een Nederlandstalig diploma; regent/bachelor in het onderwijs (secundair onderwijs) met een taal als vak. Bij de overige instromers wordt de eventuele mate van vrijstelling beoordeeld op basis van een cv. Voor de EVC/EVK worden de nodige bewijsstukken verwacht.

    De opleidingsonderdelen voor de 'Aanvullende vakstudie Nederlands' kunnen gekozen worden uit de curricula van de Universiteit Antwerpen en de hogescholen van de Associatie Antwerpen. Bij het begin van het academiejaar wordt een lijst van opleidingsonderdelen die in aanmerking komen, ter beschikking gesteld. Wie andere opleidingsonderdelen wenst te volgen, moet vooraf de toestemming vragen aan de academisch verantwoordelijke via het secretariaat (zie 10).



    6 Getuigschrift

    Wie de opleiding met succes beëindigt, krijgt een getuigschrift van het postgraduaat DNaA. Dat getuigschrift is officieel erkend door de Raad van Bestuur van de Universiteit Antwerpen (UIA, 10 juli 2001).



    7 Praktische informatie

    7.1 Duur van de opleiding

    Het programma kan in één academiejaar afgewerkt worden, of over meerdere academiejaren gespreid worden. Het is bijvoorbeeld heel goed mogelijk de vakdidactische opleidingsonderdelen in een eerste jaar te volgen en de stage pas in een tweede jaar te doen. Ook andere combinaties zijn mogelijk zolang de opeenvolging zinvol is.

    7.2 Tijdstip en plaats van de colleges

    De colleges vinden plaats van eind september tot half maart op maandagnamiddag van 13.00 tot 16.30 uur, op de Stadscampus van de Universiteit Antwerpen. Het eerste college vindt plaats op maandag 24 september 2012. Tijdens de schoolvakanties worden de colleges opgeschort.
    De stages vallen grotendeels in de periode maart-juni en worden uitgevoerd op dagen en uren die je in overleg met de scholen zelf bepaalt.

    7.3 Inschrijven

    Inschrijven voor het postgraduaat DNaA verloopt in verschillende stappen:
    (1) Wie aan de toelatingsvoorwaarden (zie 3) voldoet, vult een aanmeldingsformulier in. Zo snel mogelijk na ontvangst laat de academisch verantwoordelijke je per e-mail weten of je al dan niet bent toegelaten tot het postgraduaat.
    (2) Wie toegelaten is, vult een inschrijvingsformulier in en maakt voor 15 september het inschrijvingsgeld (zie 7.4) over. Je inschrijving is pas definitief vanaf het moment dat je het inschrijvingsgeld hebt overgeschreven. Om toegelaten te worden tot het eerste college is een bewijs van overschrijving (bankuittreksel) vereist.

    Het is belangrijk dat je je tijdig aanmeldt, want er wordt een numerus clausus (max. 20 studenten) gehanteerd waarbij de volgorde van betaling als selectiecriterium geldt.

    7.4 Inschrijvingsgeld

    Het inschrijvingsgeld bedraagt € 63 vast rolgeld en € 63 per studiepunt. Afhankelijk van je studieprogramma ligt het inschrijvingsgeld tussen € 1008 (15 stp.) en € 1386 (21 stp.), exclusief het studiemateriaal. Voor het vast rolgeld ontvang je een studentenkaart die je alle voordelen geeft van een regulier student (onder meer toegang tot de bibliotheek, de elektronische leeromgeving Blackboard en de studentenrestaurants). Het inschrijvingsgeld wordt onder geen beding terugbetaald.

    Wie in aanmerking komt voor VDAB-opleidingscheques, kan die gebruiken om het inschrijvingsgeld gedeeltelijk te betalen. Gelieve deze opleidingscheques tijdig aan te vragen. Wie ze niet tijdig ontvangen heeft, betaalt eerst het volledige inschrijvingsgeld en krijgt nadien het bedrag van de opleidingscheques terug.

    Wie de opleiding over twee jaar spreidt, moet zich bij het begin van het tweede academiejaar opnieuw inschrijven en betalen voor de resterende studiepunten.



    8 Lesgevers

    Academisch verantwoordelijke
    Rita Rymenans, docent Didactiek Nederlands en Nederlands aan Anderstaligen aan de Specifieke Lerarenopleiding van de Universiteit Antwerpen
    Met medewerking van
  • Jes Leysen, praktijkassistent Didactiek Nederlands aan Anderstaligen aan de Universiteit Antwerpen en begeleider Openleercentrum in het CVO Antwerpen-Zuid;
  • Nele Van Mieghem, praktijkassistent Didactiek Nederlands aan Anderstaligen aan de Universiteit Antwerpen en lesgever en materiaalontwikkelaar Nederlands aan Anderstaligen in VDAB Antwerpen;
  • diverse gastsprekers, onder wie Ann De Schryver, lesgever Nederlands aan Anderstaligen in het CVO Kamer voor Handel en Nijverheid Brussel en nascholer Didactiek Nederlands aan Anderstaligen.



    9 Veel gestelde vragen

    Kan het postgraduaat DNaA gecombineerd worden met een andere studie, (voltijds) werken, een gezin e.d.?
    Ja, voor wie op maandagnamiddag aanwezig kan zijn in de colleges. Voor wie in de praktijk van het onderwijs Nederlands aan anderstaligen staat, kan het gegeven lessenrooster geheel of grotendeels als stage worden beschouwd (zie 5.3). Wie het postgraduaat combineert met meerdere andere activiteiten, moet wel beseffen dat hij een zwaar programma tegemoet gaat.

    Kunnen de colleges vervangen worden door een zelfstandig studiepakket?
    Neen. Tijdens de colleges worden veel interactieve werkvormen gebruikt. Tegelijk illustreren de colleges bepaalde manieren van onderwijzen en worden heel wat werkvormen (bv. samenwerkend leren) concreet uitgeprobeerd en geoefend. Dat heeft voor gevolg dat aanwezigheid in de colleges een vereiste is voor wie het getuigschrift DNaA wil behalen. Voor sommige deelaspecten van de opleiding (herhaling theoretische uitgangspunten en onderwijsmethoden, theorie over het geven van instructies bij complexe werkvormen, theoretische uitgangspunten van woordenschatonderwijs) zijn ook openleerpakketten beschikbaar die op het internet raadpleegbaar zijn. Deze pakketten zijn echter geïntegreerd in het geheel van de opleiding en zijn geenszins vervangend voor aanwezigheid in de colleges.

    Is het postgraduaat een volwaardige lerarenopleiding?
    Neen. Wie vast aangesteld en volledig verloond wil worden in het secundair onderwijs of in het volwassenenonderwijs, moet het diploma ‘leraar’ behalen aan de Specifieke Lerarenopleiding (SLO). Uniek aan de SLO van de Universiteit Antwerpen is dat Nederlands aan Anderstaligen als taaldidactiek kan worden gevolgd. Geïnteresseerden dienen een gemotiveerde aanvraag in. Toelatingsvoorwaarden en aanvraagformulier staan op de website van de SLO: http://www.ua.ac.be/lerarenopleiding (> Opleidingsstructuur).

    Wat is de waarde van het getuigschrift van het postgraduaat?
    Hoewel men met het getuigschrift van het postgraduaat geen aanspraak kan maken op benoeming of financiële opwaardering, heeft het wel degelijk waarde. Als lesgever is men beter voorbereid op het geven van Nederlands aan anderstaligen. Bovendien is er een groeiend aantal centra voor volwassenenonderwijs dat een uitgesproken voorkeur heeft voor lesgevers die het postgraduaat DNaA gevolgd hebben of bereid zijn te volgen.

    Heb ik recht op betaald educatief verlof?
    Het postgraduaat DNaA komt momenteel niet in aanmerking voor het verkrijgen van betaald educatief verlof. In de toekomst kan daar verandering in komen. Raadpleeg regelmatig de informatie over educatief verlof van de federale overheid: http://www.werk.belgie.be/defaultTab.aspx?id=536



    10 Bijkomende informatie gewenst?

    Contacteer Marina De Combe op het secretariaat van het postgraduaat DNaA: marina.decombe@ua.ac.be

    Inhoudsverantwoordelijke(n): leo.ooms